Het filmcompartiment is weliswaar
afgesloten van de buitenwereld, maar staat toch naar het objectief toe
open via het belichtingvenster.
Dit deel wordt afgesloten door de sluiter. Met de
sluiter zijn we in staat om de film voor een bepaalde tijd aan het
licht bloot te stellen en zodanig te belichten. Over het belang van de
sluiter en de samenhang van de tijden en de belichting
kunt U op pagina die hierover gaat op deze site lezen.
We ondersheiden twee typen sluiters, de centraal sluiter en de
spleetsluiter. Bij spiegelreflexcamera's gaan we vrijwel altijd uit van
een spleetsluiter. We hebben de keuze uit een vertikaal of horizontaal
door het film belichtingsvenster lopende sluiter.
In feite wordt de sluiter gevormd door
twee snel achter elkaar aan bewegende afsluiters. We noemen dit, gebaseerd op oude modellen camera's de sluitergordijnen.
Deze twee gordijnen
lopen met gelijke snelheid voor de film langs en doordat er tussen het
eerste en tweede gordijn een spleet wordt opengelaten, wordt de film
belicht. Hoe breder de spleet, dus hoe langer het tweede gordijn wordt
tegengehouden, hoe langer de uiteindelijk belichtingstijd van het lichtgevoelige materiaal.
Dit soort sluiter wordt daarom ook wel eens een spleetsluiter
genoemd. De kortst mogelijke belichtingstijd wordt uitgemaakt door de
snelheid waarmee die twee gordijnen zich kunnen bewegen. Vroeger waren
deze sluiters gemaakt van lichtdichtgemaakt doek, vandaar de aanduiding
gordijn, maar tegenwoordig bestaan ze uit een aantal metalen
lamelletjes die de beweging van een gordijn nabootsen. Door de
toepassing van deze vernieuwing was het mogelijk de belichting
vertikaal (dus een kortere weg 24mm.) uit te voeren en dus hogere
snelheden toe te passen.
Bij de oude gordijnsluiters was, zelfs na vervanging van het oorspronkelijke doek
door titaniumvelletjes, de maximale snelheid met 1/2000sec. reeds
bereikt.
De spleetsluiter loopt vlak voor de film langs en biedt een exakte belichting over het hele filmvalk. Mede omdat de startvertraging en het remmen net buiten het belichtingsvenster plaatsvinden.
Een ander niet onbelangrijk deel van de
body wordt gevormd door het transport.
U wilt immers niet na iedere opname de donkere kamer in om U camera
opnieuw gereed te maken voor de volgende opname! Dat was ruim honderd
jaar geleden misschien leuk, maar tegenwoordig gebruiken we liever
rolfilm bij het fotograferen. Het voordeel van dit materiaal is dat je
het, U snapt het al, kunt oprollen.
Omdat het mechanisme dat voor het op- en afrollen van de film berekend
moet zijn op verschillende krachten, brengt dit met zich mee dat het
gewicht van de camera hierdoor toeneemt. De fabrikant dient
bij het ontwerp immers rekening te houden met fotografen van allerlei
postuur!
Om het gewicht van de camera te kunnen beperken wordt er tegenwoordig
veelal op motortransport overgeschakeld. Weliswaar weegt zo'n motortje
ook weer wat, maar de fabrikant hoeft nu als zwakste schakel alleen
maar rekening te houden met de maximale kracht van het toegepaste
motortje. Hij kan door alle verdere (kunststof) tandwielen net iets
sterker te houden voorkomen dat er op een willekeurige plaats een
storing op kan treden. De camera wordt door toepassing van kunststof
tandwielen overigens niet alleen lichter, maar ook een stuk stiller en
eenvoudiger.
Dat maakt, naast de konstruktie, ook het werk voor mij en mijn
collega's een stuk makkelijker.