Objectieven
Een objectief is
een samenstelling van lens delen.
Zoals we bij lenzen al zagen is een lens een geslepen stuk glas waarmee
een beeld opgeworpen kan worden van een voorwerp. Dit voorwerp bevindt
zich op een zekere afstand aan de voorkant van de lens en de afbeelding
die door de lens gevormd wordt bevindt zich er dus achter.
De afstand waarop dat "beeld" zich achter de lens bevindt
wordt de "afbeeldings afstand" genoemd en deze wordt
bepaald door de bolling waarmee de lens is geslepen.
Dit laatste bepaalt waar het brandpunt
zich bevindt
van
deze lens en we kennen dit verschijnsel nog wel als we met een
"brandglas" (zoals een gewoon brille glas) de stralen
van de oneindig verre zon bundelde op bijvoorbeeld een veter, zodat
deze begon te stinken en na een poosje volhouden zelfs in de brand
vloog.
Hetgeen er zich voor de lens bevindt, op de voorwerps
afstand,
wordt door de lens afgebeeld op de afbeeldings afstand
de
verhouding tussen deze twee afstanden wordt de vergrotings
faktor
genoemd en uitgedrukt in de optische lengte. (voor het gemak meestal in
de kleinbeeld equivalent)
Bij het kiezen van een objectief is het noodzakelijk dat we
weten
wat die afbeeldings afstand is en tevens is het van belang om
de optische vertekening, in ons geval dus de vergrotings faktor,
van de lens te kennen.
In het geval van fotografie willen we vrijwel
altijd een voorwerp verkleinen, we hebben hier dus te maken met
een negatieve vergrotings faktor.
(uitzondering
micro-/macrofotografie)
In principe is het mogelijk om bij een gegeven afstand, met
een enkele lens, een enkel voorwerp
scherp af te beelden op het beeld(film)vlak. Helaas gelden de optische
wetten niet altijd onverminderd en onder alle
omstandigheden.
Vaak blijkt dat de diverse lenzen, bijvoorbeeld door het
gebruikte
glassoort en de manier waarop ze geslepen zijn, een zekere mate
van vertekening hebben en dat kunnen we bij het zo scherp mogelijk
afbeelden van ons onderwerp op de film niet gebruiken!
Meestal willen we daarnaast niet zomaar een onderwerp afbeelden,
maar willen we ook een aantal zaken die ons onderwerp omringen
op de foto krijgen.
Om dit te bereiken maken we gebruik van een samenstelling van
lens delen die elk hun bijdrage leveren in het te fotograferen
onderwerp. Tezamen vormen deze delen een objectief en deze delen
gedragen
zich bij het vormen van het "beeld" in feite alsof ze een lens zijn.
In de fotografie gebruiken we dus nooit zomaar een lens,
maar altijd een samenstelling van lenzen. Zo'n lenzenstelsel noemen
we een objectief!
Opbouw
Die "andere" in een objectief gebruikte lens delen zijn
dus noodzakelijk om allerlei vormen van vertekening
die
door de samenwerking van de lens delen kan optreden te
compenseren
of te voorkomen.
Een niet te verwaarlozen gegeven in de fotografie is ook het
doorgelaten
licht.
Ieder apart lens deel vervormt het licht enigszins en
heeft
daarnaast ook nog eens een reflecterend oppervlak.
Dus hoe meer lens delen er in een objectief zitten, hoe meer kans
er bestaat dat er "licht afwijking" optreedt. Deze fouten
moeten weer gecompenseerd worden en dat brengt helaas weer het
toepassen
van nog meer lens delen met zich mee.
We kunnen in een objectief twee soorten lens delen
onderscheiden.
Allereerst hebben we de beeld vormende lens delen, deze worden
ondergebracht
in de voorwerps groep en de afbeeldings groep. De tweede niet minder
belangrijke groep wordt gevormd door de licht versterkende lens delen.
Deze laatste lenzen bundelen het licht.
Ik spreek hier expres van groepen, want slechts de hele eenvoudige
objectieven maken gebruik van enkelvoudige lens delen. Tegenwoordig
worden er altijd samenstellingen van lens delen gebruikt om een
enkelvoudige lens te imiteren.
Die hulp lensjes zijn namelijk nodig om de vertekening en de
licht schifting
die mogelijkerwijs optreedt zoveel mogelijk te verhelpen.
Scherpte
(focus)
Tot nogtoe hebben we gezien dat een lens een voorwerp af kan
beelden.
In de fotografie toegepast om een beeld op te werpen op de film of de
beeld chip.
Helaas staat ons onderwerp echter niet altijd op dezelfde
afstand
van onze lens en dan zal het uiteindelijke beeld dus meestal onscherp,
wazig zijn!
In de praktijk zullen we dus ofwel onze lens (eigenlijk dus ons
lenzenstelsel ofwel objectief) ten opzichte van ons onderwerp
en de film moeten kunnen middelen. Of zullen we de afstand van
de film tot de achterkant van het objectief moeten kunnen verstellen.
Het objectief moet namelijk op een zekere afstand van de film
gebracht worden om het voorwerp dat we willen afbeelden ook werkelijk
scherp af te beelden.
Dit laatste noemen we "in focus".
Bij spiegel reflexen kunnen we het beeld van het objectief controleren
door middel van de spiegel en het matglas. Dit matglas bevindt
zich op dezelfde afstand van het objectief als het beeldvlak, dus zal
het beeld van de zoeker overeenkomen met het die op het film vlak of de
beeld chip.
In de praktijk is het aanpassen van het film vlak aan het
objectief,
hoewel in de begintijd van de fotografie heel normaal, wat omslachtig
gebleken en wordt
deze techniek alleen nog maar bij technische camera's toegepast.
Matglas en film moesten toen namelijk telkens gewisseld worden en dat
maakte het werken tamelijk omslachtig.
In de behuizing van ons objectief is een mogelijkheid
ingebouwd
om de afstand in te kunnen stellen. Het hiervoor toegepaste mechanisme
is een grove schroefdraad (in vaktaal de snekken gang vanwege de
overeenkomst met een slakkenhuis), zodat we door het draaien aan
de afstand instel ring het objectief naar voren of achteren kunnen
bewegen.
Op deze ring is vaak een maat aanduiding aangebracht die grofweg
overeen zal komen met de ingestelde afstand.
Type
(vaste brandpunt)
Hierboven zagen we dat de vergrotings factor van een
objectief
erg belangrijk is. We willen namelijk ons onderwerp zo goed mogelijk
"in beeld" brengen.
Nou weet U zelf wel dat niet alle onderwerpen zich op de ideale
afstand, voor deze voorwaarde, voor onze lens bevinden. Vaak kunt
U niet dichterbij komen of zou U juist weer verder van Uw onderwerp
af willen gaan staan.
Bij deze problemen worden we geholpen door de optische mogelijkheden
van de diverse objectieven. We kunnen onze afstands problemen
namelijk oplossen door het toepassen van verschillende brandpunten.
Onze ogen
"vangen" een bepaald beeld.
De
hoek van de voorwerpen die we in ons gezichtsveld zien, wordt
bepaald door hetgeen we uiterst links en rechts nog scherp waarnemen.
Dat is onze beeldhoek. Wij kijken met twee ogen,
maar alleen
het beeld dat door beide ogen wordt gezien, zeg maar de overlap,
is voor ons scherp.
Leuke bijkomstigheid is dat we ook het zich niet precies in het midden
van ons gezichtsveld bevinden deel van het beeld waarnemen. Als er dus
"net buiten beeld" iemand binnen komt zullen we
automatisch ons
hoofd in de goede richting draaien om dit nieuwe ook te zien.
(term:
nieuwsgierigheid)
Dit scherpe deel van ons gezichts beeld heeft een hoek van zo'n 45
à 55 graden. Een
en ander hangt namelijk ook nog af van onze manier van kijken,
onze vermoeidheid en de mate van concentratie.
Om een vergelijkbaar beeld vast te leggen op onze film,
hebben
we te maken met de afbeeldings afstand en de vergrotings faktor.
Bij het introduceren van 35 mm. film, de invoering van de eerste
standaardwaarde, bleek dat de objectiefjes die voor het behalen
van een met ons gezichtsveld vergelijkbare beeldhoek en het verkrijgen
van een zo scherp mogelijk negatief 5 centimeter lang waren.
Deze "standaard" objectieven werden dus al gauw 5 cm.
of 50 mm. lenzen genoemd.
Naarmate het afgebeelde beeld "groter" moest worden,
werden de objectieven langer. In de volksmond moesten deze objectieven
het beeld "dichterbij halen". Deze objectieven heten
daarom tele-lenzen.
De optische lengte van een tele-lens begint tegenwoordig bij 135
mm. en kan oplopen tot wel 1200 mm. voordat een en ander onhandelbaar
begint te worden.
Evenzo waren er wensen om "meer" beeld vast te leggen.
Dit keer moest er dus een grotere beeldhoek bereikt worden dan
die van onze ogen en dientengevolge waren de hiervoor benodigde
objectieven korter.
De groot hoek lens kan wel tot 180 graden beeld vastleggen en dit
soort objectieven hebben dan een "lengte" van 5 tot
7,5 mm. en heten super-groot hoek.
Overigens gelden er bij ander formaten film weer
andere
optische
lengtes voor de objectieven, maar het meest toegepast zijn toch de
klein beeld-lenzen en het is zelfs zo dat veel fotografen de optische
lengte van hun
objectieven terug rekenen vanuit het klein beeld equivalent.
Neem
bijvoorbeeld hiervoor de aanduidingen bij niet "full-frame" digitale
camera's waarbij
gesproken wordt van factoren als 1,4 of 1,6 keer. Dit omdat bij die
modellen de oppik CCD wat kleiner is dan het klein beeld formaat van
24x36 mm. (APK formaat)
Een objectief beeldt een onderwerp dus met een bepaalde beeld maatstaf
af.
Het doel van een foto is veelal om een onderwerp zo veelzeggend
mogelijk vast
te leggen. Dus willen we de omgeving een meer of mindere rol laten
spelen ten opzichte van dit onderwerp.
Dit betekent dat we,
willen we
ons onderwerp op een andere manier vastleggen, ons verder weg of
dichterbij moeten opstellen. Dit is, zoals we al zagen, niet altijd
mogelijk.
We zullen dus een aantal verschillende objectieven bij ons moeten
hebben om ons variabel te kunnen opstellen ten aanzien van de gegeven
omstandigheden.
Ergo we moeten onze objectieven kunnen verwisselen en we moeten altijd
de goede maat bij ons hebben. Dit is niet altijd even praktisch en dus
is er een oplossing gevonden in objectieven met een variabele optisch
lengte.
(zoom-objectieven)
Perspectief
Zoals we bij optiek al zagen spreken onze hersenen bij het
zien
een belangrijke rol. Bij het waarnemen moeten we dus eigenlijk een
onderscheid maken tussen zien
en kijken.
Doordat we normaliter een gezichtsveld hebben van ongeveer 50 graden,
zijn wij gewend om een 2 dimensionaal beeld, zoals een foto, ook met
zo'n beeldhoek te bekijken. De onderlinge verhoudingen en de plaats die
de afzonderlijke delen van een beeld innemen, spelen een rol bij het
"waarderen" van een totaalbeeld.
Daarmee wil ik zeggen dat we gewend zijn om een voorwerp in zijn
natuurlijke omgeving te zien ten opzichte van die omringende factoren.
We kunnen door deze eigenschap onszelf en onze omgeving in perspectief
plaatsen.
De voorgrond en de achtergrond hebben hierbij een
bepaalde, natuurlijke
verhouding tot elkaar.
Door gebruik te maken van objectieven die een aangepast beeld
opwerpen, verliezen we dit natuurlijke overzicht. De proporties
van een foto die met een tele- of groothoek objectief gemaakt zijn,
komen ons vreemd voor.
Deze vervreemdende werking noemen we vertekening van het perspectief.
Een groothoek-objectief zal "meer" in beeld brengen dan we
"normaal"
zien, het lijkt erop alsof we via een bolvormige spiegel kijken. Alles
wat op de voorgrond staat neemt een prominentere plaats in te opzichte
van de achtergrond, die juist kleiner wordt afgebeeld.
Tip: fotografeer nooit mensen vlak voor een groot hoek
objectief, tenzij je juist vindt dat hun proporties (neuzen,
uitgestoken voeten of armen, borsten) vertekend op de
foto moeten komen.
Een tele-objectief stelt ons in staat om een klein deel van
het
totaalbeeld te selecteren. Bij een langere tele, zal de achtergrond los
komen van de voorgrond. We kunnen met dit soort objectieven dus een
onderwerp "losmaken" van zijn omgeving.
(zie ook
scherptediepte)
Zoom-lenzen
(objectieven)
We spreken van een
"zoomlens" als de brandpunt afstand variabel
is. In een zoomlens bevindt zich namelijk een (aantal) lens(jes) die
maar een deel van het beeld afbeeldt, zodat het lijkt alsof er,
afhankelijk van de onderling afstand tussen deze lens delen, eigenlijk
sprake is van meerdere brandpunt afstanden.
Bij gebruik met kleinbeeld film gaan we ervan uit dat de
beeldhoek,
die mensen bij normaal kijken ondervinden, ongeveer overeen komt
met die van een objectief van 50 mm. lengte.
Bij afbeelding op een groter formaat film neemt die "normale
beeldhoek" wat toe en zo spreken we bij een 6x6 camera van een
±90mm. als standaard.
Bij zoom objectieven gaan we, voor het gemak, uit van een "korte zoom"
(middelste waarde 28) "standaard zoom" (middelste waarde 50) of een
"lange/tele zoom" (laagste waarde ongeveer
75 tot 100 oplopend naar tenminste 200).
Hoe langer het objectief, hoe belangrijker wordt het om de
combinatie
zo stil mogelijk te houden tijdens de opname. Immers de beeldhoek wordt
steeds kleiner en daarom zal een minimale beweging van de camera met
zo'n objectief een enorme verplaatsing in het beeld meebrengen.
Moderne zoom objectieven geven de informatie van hun stand door aan de
camera en deze zal daarom een aangepaste Program sluiter tijd
kiezen.
Mechanisme
Zo-even hebben we gezien
dat een objectief een mechanisme heeft
om de positie ten opzichte van het scherpstel vlak te kunnen aanpassen.
Maar een ander erg belangrijk gegeven in de fotografie is de regulering
van het doorgelaten licht.
Hiervoor wordt het diafragma gebruikt en hierbij geldt dat dit
diafragma alleen maar het doorgelaten licht mag reguleren en dus
niet mag beïnvloeden. De positie van dit diafragma is dus
belangrijk
en vooral bij de opbouw van zoom-objectieven telt deze voorwaarde
zwaar, omdat we hier te maken hebben met ten opzichte van elkaar
bewegende optische (lens) groepen. Het zoeken naar de juiste
compromissen
heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen.
De manier waarop die groepen lens delen overigens ten opzicht
van
elkaar bewegen is tegenwoordig geen probleem meer. Door de verbeterde
slijp methoden en uitgekiende mechanismen zijn de bezwaren die
lange tijd golden ten opzicht van zoom-objectieven vrijwel volledig
achterhaald.
De bevestiging van het objectief aan de body moet een zekere,
spelings vrije koppeling bieden voor de benodigde informatie
overdracht.
Als U met Uw belichtingsmeter een zekere instelling gevonden heeft,
dan is het immers van belang dat de ingestelde waarden ook
daadwerkelijk tijdens de uiteindelijke belichting
worden toegepast.
Daarom zitten de objectieven met een bajonet systeem
aan de body vast.
(Koop)advies
Bij de aanschaf van een objectief is het belangrijk dat U
uitgaat van
Uw wensen op foto gebied. Maakt U graag landschap opnames? Dan zal de
keuze vallen op korte brandpunt afstanden omdat dit soort objectieven
een groot hoekig bereik hebben. Er komt dus veel op de foto.
Voor architectuur opnamen gebruiken we zelfs zeer korte objectieven,
de super-groot hoeken. Al zal er in dit geval snel een vraag ontstaan
naar correctie mogelijkheden binnen het focus veld.
(onthoeken
door middel van een tilt en shift objectief)
Schiet U liever portretten? Kies dan voor een iets langere
brandpunt afstand
dan de standaard lens. U kunt met zo'n langer (bij klein beeld 90
tot 135 mm.) objectief meer afstand nemen van Uw onderwerp en
door die langere brandpuntsafstand heeft U een intiemer beeld vanwege
het andere perspectief.
Laten de licht omstandigheden vaak te wensen over? Dan zult u
uw keuze
moeten laten vallen op objectieven die veel licht doorlaten. Maar let
er
wel op dat U bij schemer sneller last kunt krijgen van sferische
afwijkingen, dus een objectief met a-sferisch geslepen lens delen
verdient hier de voorkeur.
Kunt U altijd dicht genoeg bij Uw onderwerp komen of bent U
verplicht
afstand te houden? Dan bent U aangewezen op de langere brandpunt
afstanden.
Zoals hierboven in het algemeen
gesteld, zijn Uw
wensen allesbepalend bij de aanschaf van een objectief. U moet
echter in Uw achterhoofd houden dat U bij gebruik tevreden zult
willen zijn. Zo zal voor de een het budget voor de
ander
de lichtsterkte en/of het bereik
belangrijk zijn.
Veel gestelde
vragen (Faq's)
Waarop moet ik bij de beoordeling
van een objectief letten?
Het bij de fabricage gebruikte glas is natuurlijk erg belangrijk.
Foutjes
en/of vuiltjes op of binnenin de lens delen zult U nooit op uw foto's
terugzien,
maar deze kunnen wel "licht afbuigend" werken en geven
een indicatie over de manier van fabriceren.
Overigens telt wel dat hoe groter de
"lengte" van een objectief is
hoe kleiner de beeldhoek zal zijn en dus hoe minder afwijkingen in het
glas
en de lens delen mee zullen spelen.
Om deze zelfde reden zijn "lange"objectieven relatief goedkoper dan hun
korte variant.
Kan ik
mijn objectieven zelf
schoonmaken?
Let op! Vuil kan de lens delen van Uw objectief
krassen!
Gebruik dus altijd een, niet te harde, schone kwast en veeg hiermee het
grofste vuil voorzichtig weg.
Herhaal dit totdat al het vuil, ook tussen de
ringen
en langs de randen, verdwenen is. Blaas de laatste resten weg
met een blaas kwast of (spuitbus) perslucht.
De
glas delen kunt U
oppoetsen met een schone katoenen
doek. Gebruik geen poets middelen, want deze kunnen de op de lens delen
aangebrachte coating aantasten.
Aanslag van vette
vingers zijn weg te poetsen met een in
alcohol (desnoods spiritus) gedrenkte tissue. Even na wrijven met een
schone (droge) katoenen doek.
Glas is
gesmolten en
daarna weer gestold zand! (ok. er zit ook soda bij) Let er dus op dat
een zandkorrel in feite
even hard is als uw lens en dat deze hierdoor dus eenvoudig bekrast zal
kunnen raken.
Bij het
scherp stellen "kraakt"
het, wat nu?
Vooral bij AF (Auto Focus)
objectieven is het
belangrijk dat het focussen zonder moeite verloopt. Vergeet niet
dat het voor het focussen gebruikte motortje maar erg klein en
daarom niet al te sterk is!
Het vet dat, ter opheffing van
mechanische speling,
aangebracht is tussen de diverse ringen, maakt niet alleen dat
deze vervolgens ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, maar helaas
blijft er ook vuil/zand in plakken. Laat dus zo nu en dan uw
objectieven
schoonmaken en de ringen van nieuw vet voorzien.
De
meeste foto's zijn onscherp!
Houdt
U Uw camera wel goed vast? Als U namelijk goed heeft
scherp gesteld (en dat gaat bij een AF camera dus sowieso niet mis) dan
kan er tijdens het feitelijke maken van de foto natuurlijk bewogen
worden met de camera. Dat resulteert dan in "bewegings onscherpte". Tja
daarvoor zult U Uw camera dus beter moet vasthouden en kortere
belichting tijden moet kiezen.
Houd Uw camera goed vast met Uw rechterhand (helaas voor hen, alleen de
"oude" Exacta Varex was maar linkshandig) en ondersteun de lens met Uw
linker. Eigenlijk moet U met alleen Uw rechterhand de camera kunnen
dragen en bedienen. Als U de elleboog van Uw linkerarm tegen de zijkant
van Uw borst gedrukt houdt dan biedt die hand de stabiliteit
om de
combinatie "vast" te houden.
Een stevig statief is niet altijd noodzakelijk, maar kan onder
moeilijke omstandigheden hulp bieden.
Veel van mijn foto's
te licht / of zelfs overbelicht!
Hierboven gaf ik al aan dat er in het
mechanisme
(focussen/zoomen)
van een objectief wat vet is aangebracht. Dit tamelijk dikke/stroperige
vet verdampt langzamerhand en slaat weer neer op andere delen
van dit objectief!
Op zich kan deze vet verplaatsing geen kwaad, er
zit
meestal
meer dan genoeg in (!), maar als het op de diafragma lamellen
is neergeslagen, dan kunnen die vervolgens niet snel genoeg meer
bewegen.
Het resultaat is dat het diafragma te traag of zelfs helemaal
niet meer dichtgaat tijdens de belichting.
De oplossing is dat U, vooral als U
onder warme
omstandigheden
heeft gewerkt of het objectief een flinke tijd niet heeft gebruikt,
Uw diafragma laat ontvetten.
TIP:
Controleer, voordat U een
belangrijke
serie foto's gaat maken, Uw apparatuur op kleine fouten of defecten.
Laat dit eventueel doen door mij, een fotozaak of een van mijn
collega's.
Het kan eigenlijk geen kwaad zo nu
en dan nog eens de
gebruiksaanwijzing
van Uw apparatuur door te nemen.
Vanzelfsprekend weet U wel hoe U met Uw spulletjes om moet gaan, maar
wie weet staan er dingen in die U nog niet eerder was tegengekomen of
nodig heeft gehad.
Terug
naar de spiegelreflex pagina