Helaas zijn de omstandigheden waaronder we willen fotograferen
niet altijd even ideaal voor het door door ons gebruikte materiaal.
Normaliter gebruiken we een daglichtfilm van een "normale"
gevoeligheid.
Om die film juist te belichten komen we nogal eens een beetje licht
tekort.
Of omdat het onderwerp in het donker staat, of omdat het
omgevingslicht tekort schiet.
We zullen dus extra licht moeten
meebrengen en het bekendste gereedschap hierbij is de flitser. Historie
Magnesium (Mg) is een metaal dat bij verbranding een helwit licht
blijkt te geven. In de begintijd van de fotografie werd vijlsel of
schaafsel van
dit metaal met een buskruit achtige substantie ontstoken om de
fotograaf bij te lichten. Overigens kwam het vanwege deze manier
van ontsteking nogal aan op de juiste dosering.
En het droeg in grote mate bij aan het "artistieke" gehalte
van de foto.
Het resultaat was namelijk verre van voorspelbaar
en soms volgde er een
enorme explosie. Het onderwerp kwam dan minimaal zeer verschrikt, maar ook weleens volledig onder het roet op de foto. In fimpjes uit de dertiger jaren leverde deze manier van foto's maken aanleiding tot vele grappen.
Een tijdlang is er een oplossing gezocht in de zogenaamde flits lampverlichting,
hierbij werd een kringel magensiumdraad in een glazen huisje tot ontbrading gebracht.
Ook deze oplossing (En... de diverse verbeteringen die er op mochten volgen) was echter niet ideaal en zeker
niet ongevaarlijk door de hitte die er in de "flitslampjes" ontwikkeld werd.
Nu wordt er daarom geen gebruik meer gemaakt van dit materiaal en de ontstekingsmethode.
(De belichtingstijd "Bulb" komt hier overigens vandaan.
Door het intense licht kon namelijk het diafragma geheel gesloten worden en werd de sluiter "open" gezet.
De
explosie met haar intense licht zorgden dan voor een juiste belichting,
waarbij dus het ruimschoots gebruik maken van voldoende Magnesium
aantrekkelijk was)
Tegenwoordig helpt de electronica ons bij de oplossing van het
verlichting probleem. Electronen
flitser
De eisen die er aan een hulp lichtbron zoals een flitser gesteld worden zijn:
In
een flitser moet een voldoende hoeveelheid licht opgebracht worden
om het onderwerp just belicht en volledig uitgelicht op de film te krijgen.
We
gebruiken daglichtfilm, dus moet de samenstelling van het flitslicht
overeen komen met deze lichtkleur. We hebben het over
±5600'Kelvin.
Verder
willen we de belichtingstijd niet extreem hoeven te verlengen,
dus een zo normaal mogelijke tijd ten opzichte van ons onderwerp
is een extra eis. Vooral van belang bij gebruik van "langere" objectieven ivm bewegings onscherpte.
Die oude flitslampjes waren dan wel gevaarlijk, ze
gaven ook een heleboel licht.
Aan al de bovenstaande eisen is eenvoudig te voldoen als we gebruik
maken van de moderne techniek! Het blijkt namelijk mogelijk om een, op
zich, lage spanning om te vormen tot de hoogspanning die nodig is om met
een gasontladingbuis in een korte tijd een flinke hoeveelheid licht op
te wekken.
En......... batterijen zijn vrijwel overal te koop dus aan die lage spanning is probleemloos te komen.
Voordelen van deze techniek vinden we vooral terug in het meermalig
bruikbaar zijn van het flitslampje (xenon buisje), de relatieve compacthied van de
apparatuur, de gestabiliseerde en regelbare lichtopbrengst.
Dit dus allemaal naast het verminderde gevaar op explosies en hitte.
In een electronenflitser wordt in een zeer korte tijd (1/25000 tot
1/5000 seconde) een enorme hoeveelheid licht opgebracht. Dat hierbij
een zeer hoge spanning vereist is spreekt vanzelf.
Deze hoge spanning wordt opgeslagen in een condensator en hiermee kan
op het vereiste moment de xenonlamp ontstoken
worden. Zo'n lampje bestaat uit een met het edelgas xenon gevulde
glazen buis met aan elk uiteinde een electrode.
Aan deze electroden is
de hoogspanning vastgemaakt.
Door bij een van die polen, met een ontsteek "hulp" elektrode, het gas
in de buis te ioneseren (de elektrische spanning wordt dan zodanig hoog
opgeslingerd dat het gas licht gaat geven), zal het xenon gas in de
gehele buis oplichten.
Nu is het zaak om de spanning zo lang als nodig is hoog genoeg te houden om het lampje aan te laten!
Maatgevend voor de hoeveelheid opgebracht licht is uiteindelijk de hoeveelheid
gas die op kan lichten (dus de inhoud van de flistbuis), de duur van het ioniseren van het xenon gas en dus de spanning
die aanwezig is in de condensators (de capaciteit hiervan).
Leuke bijkomstigheid in deze is dat de stroom tussen de condensator en
het lampje electronies geregeld kan worden door een hulpschakeling.
Deze schakeling werd al gauw een computer genoemd, maar dat is
eigenlijk wat overdreven.
Wel kreeg zo'n flitser, door de regelbaarheid en stabiliteit van de lichtopbrengst de naam
"computerflitser".
Het onderscheid tussen een normale en een "computer" geregelde flitser
zit 'm erin dat bij de eerste de condensator leeggeflitst wordt en in
het tweede geval wordt de stroom van de condensator naar de flitsbuis
(de xenonlamp) afgeknepen bij voldoende lichtopbrengst.
De kenmerkende onderdelen van een electronenflitser zijn dus. Enerzijds
het voor de lichtopbrengst noodzakelijke spanningsomvormende (en -opspag) deel en anderzijds het stroomregelende deel.
Door de voorschrijdende electronica in de camera's is er daarnaast nog
een "camera sturend" deel bijgekomen.
Dit laatste regelt de juiste
sluitertijd en diafragma voor U. Dit type flitser wordt aangeduid met
"dedicated" hetgeen staat voor de toewijding die deze apparaten aan de
dag leggen voor het model en merk camera.
Voor de werking van de flitscomputer wordt er tegenwoordig meestal
gebruik gemaakt van een "oogje" in de camera zelf, zodat de belichting
afhankelijk geregeld wordt door de hoeveelhied licht achter het
objectief.
Hierdoor wordt bij de uiteindelijke belichting dus uitgegaan van
dezelfde factoren als bij een niet met "hulplicht" verkregen opname.
De sturende elektronica van de camera speelt tegenwoordig de
belangrijkste rol, terwijl dat eerder dus door de "computer" in de
flitser zelf werd geregeld.
Waarschuwing
Zoals ik hierboven uitgelegd heb komen er
hoge spanningen voor in de electronenflitser. Weliswaar levert een
batterijtje maar z'n anderhalve Volt, maar let op er is verderop in het
proces wel degelijk sprake van hoogspanning.
Voor het ontsteken van een Xenonbuisje is namelijk tenminste 190 a 220
Volt nodig. Daarbij komt dat de opgebrachte lichthoeveelheid evenredig
is met de capaciteit, dus de mogelijkheid om stroom
te leveren, van de condensator.
We willen zoveel mogelijk licht, dus reken maar uit dat U nooit het
huisje van een flitser open moet maken tenzij U van verassingen houdt!
(zo'n condensator kan namelijk "flink bijten", dus die moet eerst even op deskundige wijze
"leeggebloed" worden om schade aan lijf en leden te voorkomen)
Notities
Ook bij een kleine flitser moet bovenstaande hoge spanning worden
opgewekt uit de batterijtjes. De stroom die hierbij gaat lopen
is, voor de meeste typen batterijen, aanzienlijk en levert daardoor
warmte op.
Omdat er geen lekvrije (hooguit "lekarme") batterijen
bestaan, loopt U het risiko dat deze batterijen zuur gaan lekken.
Dit zuur is erg agressief en tast niet alleen de kontakten aan,
maar zal ook op de bedrading en het printje zijn uitwerking niet
missen.
Vervang om deze reden Uw batterijen regelmatig en haal ze uit
Uw apparatuur als U deze enige tijd niet denkt te gebruiken.
Ik heb geprobeerd
hieronder wat veelvoorkomende vragen weer te geven. Misschien ziet U
bij het doorlezen die van U er niet bij staan. Gaat U daarvoor dan naar
mijn E-mail pagina.
Veelgestelde vragen (Faq's)
Ik heb overigens geprobeerd om bij het (algemene) antwoord
op de vragen nog wat verder op de techniek en theorie in te gaan. Mijn
flitser lijkt het te doen,
maar soms niet!
Even voor de domme lezer: als U een foto maakt met
Uw spiegelreflexcamera, dan staat gedurende de belichting (zeg 1/60e à 1/125e seconde), dus
ook tijdens het afgaan van de flitser (zeg ± 1/5000e seconde midden in de belichting), de spiegel omhoog en daarom ziet
U dus niet wat er gebeurd.
Kontroleert U eerst of Uw flitser wel oplaadt. Dit doet U door
'm in te schakelen en te luisteren of U een pieptoon hoort.
Deze
pieptoon wordt veroorzaakt door de oscillator die de lage
gelijkspanning
van de batterijen omzet in de voor het optransformeren benodigde
wisselspanning.
De toon zal, naarmate de condensator voller geladen
wordt, in hoogte afnemen. Na verloop van tijd hoort het "ready"-lampje
aan te gaan.
Een veelvoorkomend probleem bij niet vaak gebruikte apparatuur
is rust. Als Uw flitser een tijd niet is gebruikt, dan kan het
nodig zijn de elco te "formeren".
Theoreties: het isolerende laagje (het di-electricum) tussen de
2 (+ en -) electrodenfims is verlopen (uitgedroogd) en hierdoor is de capaciteit
van de elco teruggelopen.
Prakties: door de flitser een tijdlang flink door te laten laden
en deze dan te laten leegflitsen met de testknop en afgedekt
copmputeroogje
zal de elco zich omdat ie dan telkens geheel leeggemaakt en weer gevuld wordt formeren.
Dit overigens nadat deze procedure een aantal keren is herhaald,
Een onregelmatige werking van Uw flitser kan duiden
op vieze kontakten (zie boven), laat deze eventueel schoonmaken.m Of
doe dit met een kraspen zelf. (deze pennen zijn te koop om autolak bij
te werken en bestaan uit een bundeltje glasvezels waarmee een krasje
kan worden gepolijst)
Als Uw flitser normaal oplaadt en alles ziet er schoon
uit, dan zou het uitblijven van de flits kunnen duiden op een
lekke flitsbuis. Deze dient dan te worden vervangen. (zie de Waarschuwing!)
Mijn camera heeft een
ingebouwde flitser en geeft te weinig licht!
Voor normaal gebruik en als invulflitsertje zal de
ingebouwde flitser genoeg licht geven, maar als U meer licht wil
hebben zal U gebruik moeten maken van "hulp" flitser(s).
Kunt U het ingebouwde exemplaar uitschakelen en heeft
U een flitsaansluiting (voetje) op Uw camera dan is er geen vuiltje
aan de lucht. Let U er wel op dat U een hulpflitser gebruikt die
de AF-funktie van de camera ondersteunt. (bij gebruik bovenop
de camera)
Heeft Uw camera deze aansluitingen niet, dan zult U gebruik moeten
maken van een "flitsslaaf".
Dit is een schakelingetje
die reageert op een snelle verandering in het licht (zoals het afgaan van uw
kleine flitser) door een schakelaartje te sluiten.
Precies het signaal dat U nodig heeft om Uw hulpflitser(s) te
ontsteken!
Gaat U meer flitsers tegelijkertijd gebruiken,
dan
dient U er rekening mee te houden dat U het in totaal opgebrachte
licht als samenspel zult moeten meten. Dit doet U het beste met
een flitsmeter.
De lichtopbrengst van de samenwerkende apparaten moet U namelijk
weten om het juiste diafragma te kunnen instellen.
Veelal
zal een TTL (Through The Lens) flitsregeling bij gebruik van meerdere
flitsers niet werken, dus maak eerst een aantal (kontrole) opnamen. N.B. U kunt niet ongestraft meerdere flitsers met een meerstekker
plug aan elkaar koppelen, dus maak bij voorkeur gebruik van een
slaafje.
Volgens mij geeft mijn flitser
niet genoeg licht.
Als Uw foto's te donker zijn bij gebruik van de flitser,
kontroleer dan of U de juiste instellingen heeft gemaakt.
Heeft U het goede werkdiafragma (de "computer"-stand)
overgebracht op het objectief?
Klopt de ingestelde ASA waarde met de film in de camera?
Als U alles goed heeft ingesteld blijft de mogelijkheid
over dat de lichtopbrengst is teruggelopen. Dat kan duiden op
het teruglopen van de elco-waarde of op slijtage van de flitsbuis.
Als ook het formeren van de elco niet meer helpt is de remedie eigenlijk simpel, maar wel triest.
Alleen het vervangen
van de flitsbuis en soms ook de elco (eigenlijk dus het gehele apparaat) bieden
hier namelijk soelaas.
De randen van mijn flitsfoto's
zijn donker.
Hierbij is de oplossing zowel voor de hand liggend
als eenvoudig.
Het objectief dat U gebruikt heeft een grotere
beeldhoek dan de reflector van de flitser kan uitlichten.
Er zijn hiervoor "groothoek" diffusors te koop.
Let
hierbij echter op, het licht wordt zodanig verstrooid dat vanzelfsprekend de totale
lichtopbrengst ook wordt verminderd.
Truuk: een wit koffiefilterzakje om de flitskop. (daarom door mij meestal een "flitserzakje" genoemd)
Waar komen "rode ogen" vandaan? En hoe kom ik er vanaf!
De beruchte rode ogen op flitsfoto's worden veroorzaakt door een
reflectie van het flitslicht in de ogen van ons onderwerp. Bij
mensen resulteert dit in rode ogen, terwijl ditzelfde verschijnsel
bij honden en katten vaak witte of groenige ogen op de foto veroorzaakt.
Doordat de flitser zich vlak bij ons objectief bevindt is de hoek
tussen de lichtbron en de "lens" te klein.
Bijkomende faktor is dat we meestal in het duister aan het flitsen
zijn en dat de pupil van de ogen dan wijd open staat.
Er is in loop der tijd nogal eens nagedacht om een oplossing vor
dit probleem te vinden, maar echt afdoende is het alleen maar
om die hoek tussen de flitser en het objectief groter te maken.
We zullen dus onze flitser verder van de "lens" moeten houden!
Dat dit nou net bij heel veel modellen onmogelijk is (ik bedoel
hier de compactcamera's met ingebouwd flitsertje) lijkt me duidelijk,
maar het is echt de enige afdoende oplossing.
Er
is weleens gedacht aan voorflitsjes en andere "systemen" om de pupil te
verkleinen, maar deze leiden meestal het onderwep zodanig af dat dit de
spontaniteit teniet doet. Wat is het bereik van een
flitser?
Om het bereik van een flitser aan te geven, wordt gebruik
gemaakt van het "richtgetal". Dit is trouwens de waarde die vaak
in de "type" aanduiding van de flitser wordt gebruikt.
In
de regel
wordt het in te stellen diafragma, bij gebruik van 100 ASA op
1 meter, hiervoor genomen. Vaak "smokkelend" afgerond
naar de, er het dichtst erboven, gelegen diafragmagetal. Immers een
hoog richtgetal duidt op een hoop licht en niet alleen als daaraan een
gebrek is dan wil de fotograaf er zoveel mogelijk van hebben.
Reken met behulp van het rekentabelletje, dat altijd
op de flitser is aangebracht, uit welke diafragmawaarde U bij
de door U ingestelde afstand moet gebruiken.
Over het algemeen zijn flitser fabrikanten "optimisties"
over het afstands bereik van hun apparaten!
Een natuurkundige wet is echter
dat alle licht kwadraties afneemt met de afstand.
Daarom is
het echt ongeloofwaardig dat U met een flitser Uw onderwerp
wel tot zo'n 5 meter zou kunnen uitlichten. Het licht komt op zichzelf misschien
wel zo "ver", maar of U er dan nog iets aan heeft voor Uw foto is
de vraag.
Batterijen of Accu's?
Allereerst zult U de gebruiksaanwijzing van Uw apparaat
moeten consulteren of deze geschikt is voor gebruik van accu's.
Meestal wordt dit met een stickertje in het batterijhuisje aangegeven.
(no NiCad's)
Er is aan de batterijpolen een lage spanning aanwezig, deze moet
omgezet worden in de benodigde hoogspanning van tenminste 180
Volt. De oscillator (het "piepen") in Uw flitser zet deze lage spanning
om en zal zo snel mogelijk de aanwezige condensator willen laden.
Er zal dus een hoge stroom gaan lopen en het hangt van het ontwerp
van Uw flitser af of het transformatortje en de
oscillatortransistor(en)
deze stroom kunnen verwerken.
Nikkel Cadmium accu's (NiCad's) kunnen een veel hogere stroom
(in Amperes) leveren dan batterijen, maar ze kunnen weer niet
een even grote spanning (in Volt) kwijt bij hetzelfde volume.
Daarnaast kennen de accu's een tamelijk grote zelfontlading, dus
zult U ze vlak voor gebruik moeten opladen (niet bijladen!
ivm."geheugen
effect").
Met het invoeren van Nikkel Metaalhybride (NiMH's) is dit effect
gelukkig grotendeels opgelost. Deze accu's kunnen
namelijk bijgeladen worden en kennen nauwelijks een geheugeneffect.
Het verbruik aan batterijen/accu's van Uw flitser is afhankelijk
van het aantal keren dat deze volledig wordt opgeladen. Moet Uw
flitser vaak aanstaan en veel licht opbrengen (de condensator
zal dan leeggeflitst worden), dan is het stroomverbruik tamelijk
hoog en ligt de keuze voor accu's voor de hand.
Gebruikt U liever kleine invulflitsjes of bij voorkeur zelfs geen
flitster, dan kunt U beter vertrouwen op een stabiele
stroomvoorziening.
Omdat batterijen veel langer meegaan zonder hun spanning te verliezen
is in dit geval de keuze snel gemaakt.
Een setje reservebatterijen in Uw tas is trouwens sowieso een
goede gewoonte.
Uit milieu oogpunt is de keuze voor batterijen (in een
milieuvriendelijke
uitvoering) te preferen boven accu's, omdat deze laatsten bij
zulk intensief gebruik maar een beperkte levensduur hebben en
ondanks de aanduiding dat ze "schoon" zijn toch meerdere
kwalijke stoffen bevatten.